Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



Jannetje heeft de ogen gesloten, twee stille tranen wellen tussen de lange wimpers. Daar is de herinnering aan Jan, haar jaardag in haar verlovingstijd. De grote, krachtige Jan, die haar zoende dat haar de adem verging en van geluk zo onbeholpen naar buiten banjerde, omdat het zo onbegrijpelijk groots en veel voor hem was. En de dagen bij Isaac de Fuentes, met rijke cadeau’s als ware zij zijn vrouw. Het avondpartijtje dat hij liet aanrichten en haar een gruwel was. Wat moet men van haar gedacht hebben! Jannetje bloost hevig bij de herinnering. En dan de enkele jaardag met Bas, stil en streng. Haar dag, die gevierd werd naar zijn inzicht. O, het beste was niet goed genoeg, vele mensen waren hun gasten, maar Batelaans wil lag over die dag.

En nu, nu staat zij boven dit kleine wereldje van kinderen. Haar zoon Bas, de kinderen van Martha, en Eli die vee! bij haar komt. Zij is voor hen tante Jannetje, eigenlijk moeder Jannetje. En bij dit woord, dat in haar opkomt, slaat zij de ogen op en tuurt in de verte over de gouden rivier, langzaam en zachtjes prevelend als om zichzelf te overtuigen:

‘Heer, ik dank U voor al het goede, dat Gij mij gegeven hebt en ik berust in wat Gij nam. Heer in de Hemel, geef mij kracht en inzicht om mijn taak te vervullen en laat Uw zegen rusten op allen die mij zo dierbaar zijn. Amen.’

Jannetje werpt nog een lange blik naar buiten. Naar het water dat een stuk van haar leven heeft beheerst. Dan wast zij vlug nog eens haar gezicht, want zij wil niet dat men ziet dat zij gehuild heeft. Zij trekt haar beste crinoline aan; die van prachtige zijde met schotse ruiten en een nieuw kanten doekje spelt zij op haar weelderig haar en dan ruist zij haar kamer uit.

Na het kraken van de traptreden gaat beneden de huiskamer open en de kinderen dringen in het portaal. Breedlachend staat zij stil op het midden van de trap om te luisteren naar het verjaardagslied dat haar toegezongen wordt door deze, nog onbezorgde mensen. Wanneer het uit is komt Treesje naar boven, speldt haar een rode roos op de borst en nu mag ze gearmd met Treesje pas verder gaan. In de huiskamer is alles vol bloemen en haar plaats aan de ontbijttafel is versierd. Nu komen de beide dienstboden op haar toe en wensen haar veel geluk. Een cadeautje van zelf geborduurde zakdoekjes en een tafelloper wordt verlegen door hen aangeboden. Bij haar bord liggen de cadeautjes van de kinderen: een paar boeken, een stukje zilveren speelgoed: een schip is het,

206

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.