Isaäc de Fuentes

Titel
Isaäc de Fuentes

Jaar
1952

Pagina's
324



David niet gerechtigd is onze naam te verbinden. En dat wij dit accept niet zullen honoreren.’

‘Mevrouw, Uw naam en de naam van de firma 1’

‘Salomon, ik heb niets aan een naam en een firma in het armenhuis.’

‘Ik zal schrijven, mevrouw.’

En als hij in het bediendenkantoor is teruggekeerd, verlaat de moede, oude dame haar kantoor en dwaalt uren door Rotterdams straten, in hevige twijfel.

De heren Blanchart en Compagnie, lakenwevers te Rijssel, laten een accept van ƒ15.000,— protesteren bij de firma Davidson te Rotterdam en stellen hun totale vordering van ƒ87.000,— in handen van hun advocaat. Direct wordt deze zaak ruchtbaar en het oude wantrouwen na de grote verliezen van acht jaar geleden, ontwaakt. Verscheidene leveranciers delen mee, dat zij zich na het beëindigen van de lopende crediettransacties zullen moeten beraden en voorshands slechts rembourszaken wensen te doen. Enkelen bieden een conto van tien procent indien hun vorderingen direct kunnen worden betaald. Mevrouw Rebecca is eerst zeer geslagen door deze houding van de zakenwereld, doch de oude koopmansdochter wil geen kamp geven in deze, over haar leven beslissende zaak. Zij wil niet in een armenhuis sterven, zij heeft zich dit voorgenomen en zij zal dit uitvechten. Ook de Fuentes komen de geruchten ter ore en nog dezelfde avond is hij bij Rebecca.

‘Mevrouw Rebecca, ik heb benarde dingen gehoord.’

‘Erger, mijnheer Isaac, erger, veel erger.’ En dan vertelt zij hem van haar zoon David die naar Parijs was gestuurd om zijn zakelijke opleiding te voltooien; hoe hij grote partijen laken en andere stoffen op naam der firma heeft gekocht ondanks dat hij nog geen firmant is en hij heeft hiervoor accepten afgegeven, hoewel zijn handtekening geen rechtskracht heeft om de firma te binden. En zfij vertelt hoe hij dit geld, dit vele geld verdobbeld heeft en in Parijs samenleeft met een vrouw, te midden van een stel rijke en schijnrijke losbollen. En verder vertelt zij, dat wanneer zij betalen moet, de zakelijke ondergang haar aangrijnst. ‘Ik wil niet in het armenhuis’, hoeveel malen heeft zij dit de laatste tijd gezegd. In haar angst voor de bedeling laat zij liever haar naam ten onder gaan om na de liquidatie harer zaken tot het einde bescheiden, maar onbedeeld, te kunnen leven.

203

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.