van hun kostschool kwamen Esthet en Rachel. Ook Susanne zal komen en met haar, tante Josephine Abrabanel die vrede wil sluiten met haar zwaar getroflen zuster.
Het is kort voor Kerstmis en Rebecca zit onrustig op het kantoor van haar man zaliger nagedachtenis. Heden zal dan eindelijk een fleuriger dag zijn in haar grauwgeworden bestaan, nu haar dochter na jaren afwezigheid terugkeert naar haar oudgeworden moeder. Sneeuwwit is Rebecca’s volle haar geworden. Haar gezicht is scherp getekend en de zwarte japonnen, die zij nu uitsluitend nog draagt, onderstrepen sterk haar ouderdom.
De knappe, donkere koopmansdochter is door Vader Tijd veranderd in een voorname, strenge, oude dame. Met vaste hand heeft zij het bewind over haar mans zaken en vermogen overgenomen, nadat de kinderen verklaard hadden geen boedelscheiding te wensen en zij het erfdeel van Jozef op het Grootboek heeft vastgelegd. Veel heeft zi] in ie lakenhandel veranderd, het personeel na korte vinnige strijd naar haar hand gezet en de goedmoedige conservatieve, wat slome geest uit Jacobs jaren geheel verdreven. Er worden meer lakens en andere stoften in het buitenland aangekocht; haar commiezen maken weer wekenlange tochten door de provincie en de agenten in de grote wereldsteden worden steeds opnieuw door brieven aan-gespooro om vooral toch stalen en noteringen van liet allernieuwste op te sturen. Ook haar crediet heeft zij belangrijk doen stijgen; sinds het grote verlies van enige iaren geleden was er toch een zeker wantrouwen tegen het huis Davidson blijven bestaan. Daarom betaalt Rebecca onmiddellijk na ontvangst van goederen in baar geld en heeft transacties op wissels ten strengste verboden. Ook Jacobs bankcreu it heeft z<j door een uitverkoop van oude voorraden weten af te lossen en zij heeft thans een flink kastegoed bij het oude bankiershuis. Iedere dag is zij op de kantoren en in het pakhuis en aan haar scherpe ogen ontgaat niets, want zi] is vastbesloten haar mans gedachtenis te eren door van de firma Davidson een wereldzaak te maken.
Die morgen heeft zij twee knechts met gerij naar de poort gestuurd om de diligence van Gent op te wachten en haar dochter en zuster behulpzaam te zijn met hun bagage. Ieder ogenblik verwacht zij nu een der knechts met het bericht van de aankomst en zi) zal zich dan naar haar huis in de Wagenstraat spoeden om de reizigers thuis te verwelkomen.
173