Twee jaar zijn voorbijgegaan. Als schakels van een ketting hebben zich de landverhuizerstransporten aaneengerijd en het verlangen van deze mensenkinderen naar een plekje op Gods aarde, dat hun rust en brood zal geven, heeft rijkdom gebracht bij Piet van Sliedrecht en Isaac de Fuentes. De firma heeft thans een vaste route op New York en haar bemoeiingen in de Nieuwe Wereld strekken zich steeds meer uit. Naast vervoeren, handelen zij ook, brengen producten naar Europa en gebruiksgoederen naar de Staten. Het is dringend nodig dat een hunner eens naar Amerika oversteekt om de vele problemen van de laatste tijd op te lossen. Maar geen van beiden is er toe gekomen, hoewel vele malen de plannen reeds waren uitgewerkt en de beslissing was genomen. Piet heeft het te druk en bovendien is zijn vrouw ziekelijk geworden; de angst dat zij zal sterven tijdens zijn verblijf overzee houdt hem in Rotterdam. Isaac weet zelf niet goed, waarom hij nog niet is gegaan. Hij is de oude niet sinds Jannetje zijn huis is ontvlucht. Hij is somber geworden, het hoofd is iets gebogen, de kleding is minder verzorgd en zijn optreden is stug. Zijn huishouding wordt nu bestuurd door een oude dame. Hij kan tevreden zijn met deze huishoudster, aan de dienst is niets gewijzigd, daarvoor was Jannetjes organisatie te hecht. Ook is Isaac veel strenger dan vroeger, hij waakt angstvallig voor het behoud der instellingen. Zijn huishouding is nog slechts een feilloze machine; Jannetjes sfeer, de ziel, is verdwenen.
Zijn verhouding tot zijn zoon is veel beter geworden. Het komt zijn vrienden echter voor, dat Isaac zich aan Eli vastklampt om doot hem uit zijn eenzaamheid en stil verdriet te worden op-
133