van Gideon Levano & Zonen, de directeuren van alle grote banken, commissarissen en directeuren van talrijke grote bedrijven, colleges van regenten van liefdadig-heidsinstellingen, rijen en rijen. Ook zag ik Kees, mijn chauffeur en Anna, mijn keukenmeid en Carolien en Jopie. Die vier mochten vooraan staan bij de groeve. Dat deden zij met gezwollen wangen van het huilen. Het was zeer treffend. De horigen aan het graf van hun broodheer. Voordat ik mijn ogen weer opende, keek ik nog even naar Jopie. Zij was dik in het rouwgoed, dat al haar wulpsheid bedekte. Waarom ook niet, een dode broodheer is toch niet meer te verleiden. Toen opende ik m’n ogen en zag Sara, ik leefde dus nog.
״Waar dacht u aan?” vroeg Sara bezorgd.
״Wie er allemaal noodgedwongen achter mijn baar zullen schuifelen. Sara, Sara, wanneer je dan nog bij de firma bent, heb je een paar duizend rouwkaarten nodig. En halve pagina’s in de nationale bladen. Gideon Le-vano wordt groots ten grave gedragen, let op mijn woor-den. Maar na acht dagen is iedereeen hem vergeten, behalve zijn vijanden, want die zullen vijandig blijven omdat ze niet meer vijandig kunnen zijn.”
״Wat spot u toch gruwelijk en u bent toch nog jong?” Ze stampvoette weer en huilde er een beetje bij. Twee dikke tranen spoedden zich naar haar mond. Ik stond op en ging naar haar toe. Pakte haar bij de schouders. Keek in haar ogen, die ze neersloeg, terwijl ze die tra-nen snel wegslikte. Toen boog ze het hoofd. Ik zei:
״Zet thee Sara, we zullen samen thee drinken.”
״Ja,” fluisterde ze.
״Het is vreemd Sara, een mens is vaak eenzaam en de dood verhindert hem te zien, dat hij in het leven van
221