Plotseling boog hij het hoofd, prevelde:
‘U hebt mij gevangen, Jehoshua Mocatta. Mijn herinnering loopt vast in de dagen van de Zwarte Dood. Moge God ten goede gedenken de martelaren van de heilige gemeente ..Hij sloeg de handen voor de ogen, toen hij stamelde:
‘Ik weet niet in welke gemeente mijn voorouders in de pestjaren werden omgebracht. Mijne heren, sta mij toe te vertrekken.’
‘Mijn laatste woord vóór u vertrekt, Nehemia bar Si-meon. In de Spaanse koninkrijken en in Portugal is het de gewoonte van de echte Joden hun Marranos te helpen om openlijk terug te keren tot God de Almachtige. Ik meen dat dit ook de plicht is van de Ashkenaziem.’
‘Met Gods hulp. Ik hoop me zelf te overwinnen. Sho-loum Aleichem.’
‘Aleichem Shalom’, 2eiden de Marranos.
Toen keerde Nehemia bar Simeon zich om en verliet de herberg. Het hoofd hief hij pas op toen hij de drempel overschreed.
‘Sholoum Aleichem’. Deze woorden werden gezegd door eenzame joodse mannen ver vóór de poorten van Duitse stadjes en steden. Zij stonden bescheiden, en naar uiterlijk vreesachtig, terzijde van de weg om de wagentrein van Josua Mocatta te laten voorbijtrekken. Maar steeds wisten zij met een bedelaarsgebaar op het juiste ogenblik op de Portugees toe te stappen en de woorden ‘Sholoum Aleichem’ te fluisteren. Josua Mocatta liet dan stilhouden. Hoogmoedig wenkte hij de Jood bij zich, deed alsof hij hem. iets in de hand stopte, vroeg:
‘Is dit de goede weg naar de Leipziger Jaarmarkt?’
90