Banvloek

Titel
Banvloek

Jaar
1965

Pagina's
298



En terwijl zij hem aankeek en hij onbeweeglijk wachtte ontdeed zij zich langzaam van haar juwelen. Het parelsnoer, de oorknoppen, de ringen van haar vingers. Twee hield zij aan, samen om één vinger: de trouwringen van Ido en haarzelf.

‘Verlaat mijn kamer, Josua Mocatta, ik wil bidden.’ Zij bedekte heur haren met het zwarte doekje. Het flitste uit zijn mond:

‘Voor wie gaat u bidden?’

‘Voor Gracia Nunez. Dat Ha-Kadosh-boroech-hoe Zijn Engel zende in haar cel met de sluier der vergetelheid.’

‘Moeder! moeder Genendel!!’

‘Ga nu, goil Een Jodin wil bidden.’

‘Goi? Ik? Betekent dit chérem?’

‘K

Hij sloeg de handen voor z’n ogen. Zij keekhemna. Deze lenige atletische figuur, een man zoals zij er slechts weinig in haar leven had gezien, nu langzaam lopend naar de deur, de brede schouders schokkend van verdriet.

Chérem, banvloek.

En haar woorden tegen Juana de la Calle over de Jodinnen brandden in haar gedachten. Maar ook twijfel, hevige twijfel. Had zij de woorden chérem en goi ijdel gebruikt?

251

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.