Banvloek

Titel
Banvloek

Jaar
1965

Pagina's
298



... Dom beest. Waarom huiver je? Waarom hinnik je? Daarmee verraad je je zelf aan de vijand. Welke vijand? Zijn hier wolven? Zijn hier andere paarden?! Met mensen erop ... ?

Jehoshua Mocatta luisterde scherp. Achter hem, heel in de verte, hoorde hij een licht en dof gedreun. Hoefslagen. Dat was het. Mensen. Mensen, vreemde mensen ...

... Verlaat de weg, Mocatta, verlaat de weg. Daar komt het gevaar. Verberg je, Mocatta, vlug. Waar? Ik rijd naar het noorden. Waaarom naar het noorden? Antwerpen ligt toch naar het westen. Links moet de Maas stromen. Zwem de Maas over, Mocatta. Rijd niet door naar een veer, het is nog ver. Ze zullen je inhalen. Naar links, Mocatta, naar het water. Probeer de rivier te bereiken. In het water ben je veilig. Als zij honden meevoeren, zullen die onze reuk kwijtraken; als de paarden ons passeren zullen zij wel hinniken, maar de ruiters zullen daarop misschien geen acht slaan. En als zij daarop letten, zullen zij ons niet vinden; de mens staat ver van de natuur, onze instincten zijn afgestompt, reuk en gehoor zijn veel minder dan die van een hond ...

Mocatta mende zijn paard naar links. Sprak het zachtjes toe. Het begon harder te draven alsof het begreep. Hij reed langs de bosrand, de bodem was zandig en los, het had in lange tijd niet geregend. Het geluid van de zich verwijderende hoefslagen werd zwakker.

De Maas. De maan verlichtte de rustig stromende rivier, die er nu uitzag als een dikke trage brij. Mocatta keek

128

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.