En Manuel zegt: „Dit geschenk is nauwelijks groot genoeg. Dit veldteken van koning David... voor een Risj Galoeta ... een Vorst van de Ballingschap.”
De vingers van Abraham Lezer beginnen te trillen. Ignaz grijpt het etui. Abraham Lezer slaat de handen voor de ogen, zijn schouders schokken, zijn stem is verstikt en hij prevelt: „Risj Galoeta ... Vorst van de Ballingschap... mijn leven is vervuld .. .”
315