Schouten achter hem aan. Met een pook wil hij het vlakje van het deksel duwen. Het geeft niet mee. Zit het vastgesmolten? Hij port ertegenaan, nog eens. Nu zegt hij iets tegen Schouten. Horen we het goed ? Het is een schroef. Hoe kon het dan stinken? Wij hebben het ook geroken, later.
Nog nooit is het zo stil geweest in de klas. Als ik straks maar geen beurt krijg. Tegenwoordig moet ik altijd slikken met voorlezen. Het is dan net of ik ga huilen. Ik kan er niets aan doen. Niemand weet het, thuis praat ik er niet over. Als ik weer moet slikken bedenk ik maar wat: dat ik pijn in mijn keel heb, dat ik me verslikt heb of dat ik juist moet hoesten. Na een paar minuten gaat het wel over, zo is het altijd.
De schoolbel klinkt mij als een bevrijding in de oren, zoals een kerkklok het gemoed van een gelovige tot jubelen beweegt. Eenmaal van de hbs wil ik nooit meer naar een andere school, al geven ze me er de mooiste kleren bij cadeau, zoals je op jodenschool een barmits-wepakje kreeg wanneer je dertien jaar werd, en ook dat heb ik aan mijn neus laten voorbijgaan omdat ik het schoon zat was. Als ik ooit machtig word, gooi ik alles wat met school te maken heeft ondersteboven. Geen banken meer, geen jaartallen, en aardrijkskunde alleen met schoolreizen, in het echt.
Bij het verlaten van de bank laat ik de meisjes die in de rij links van mij zitten, voorgaan. Als ik tussen hen in liep zouden ze zien dat mijn manchesterjasje, een afdankertje van een oudere neef, in de schouder is losgescheurd. Ik leg er onopvallend een hand op net alsof ik er jeuk heb. Beter kun je de laatste zijn, want wie niet achter je loopt kan je ook niet bekijken, sufferd dat je bent, die in deze klas helemaal niet thuishoort,
161