Nachtdienst
Als een natte dweil legde de komende nachtdienst zich over de namiddag van elke zondag. Om zeven uur moest je bij de krant zijn, of om acht, de late dienst om negen.
Je was nog niet binnen of de telexbel schrilde boven het lawaai van de machines uit. Elke redactie in het land wilde bijtijds de sportverslagen doorgeven of ontvangen. De bandjes waarop wij die hadden vastgelegd hingen in slierten naast het zendapparaat.
Stenogrammen hoopten zich op in onze bloks. Het eerste uur kon de telefooncentrale geen gesprekken meer aannemen. Maar Parijs kon niet worden teruggestuurd, en een zangerige vrouwenstem dicteerde al woord voor woord, duidelijk, steeds verzoekend op te lezen wat zij had gezegd. 'Un moment, mon chéri/ en dan ging zij verder, met een papegaai op haar nek die er doorheen krijste.
'Heb jij weer ruimte?' vroegen we elkaar, want de berichten bleven doorstromen...
Feyenoord had gewonnen; in Meppel was een moord gepleegd; de standenlijst van het derde klasse-voetbal in Friesland gewijzigd; het Engelse pond gedevalueerd; in Zeeland waren oude munten gevonden; autobotsingen in Alkmaar, Heerlen, Oegst-geest, Lutjebroek, Voorthuizen, gewonden, dodelijke afloop; kindje verdronken in sloot voor huis; meisje onder vrachtwagen; treinvertraging tussen
84