tippelen zoveel je wilde.
Siem Terpstra ging bij hem staan, een bil tegen zijn bureau.
'Vertel eens, Bol/ zei hij tegen hem, 'jij hebt je stenodiploma 300 per minuut. Ik wil voor die snelheid ook examen afleggen, maar de Federatie beweert dat 250 lettergrepen het maximum is, voor vergaderstenograaf eerste klas, en dat ben ik al. Waar heb jij je diploma behaald?'
'In Arnhem/ antwoordde Bollé, 'bij een andere vereniging.'
'Hoe kwam je in godsnaam aan een snelheid van 300?' zeurde Siem door. 'Of nog hoger zelfs, want voor een examen moet je toch minstens een reserve van 20 lettergrepen boven de voorgeschreven snelheid hebben. Ik oefen me de pest. Als ik één minuut 280 schrijf heb ik een gevoel in mijn bovenarm alsof ik een uur lang hout heb gehakt.'
Ik volgde het gesprek met ingehouden adem. Als Siem het op zijn heupen had kon je nog wat beleven.
'Maar ik heb mijn eigen afkortingssysteem ontwikkeld,' vervolgde Bollé trots, en ging rechtop zitten. 'Voor automobiel schrijf ik bij voorbeeld "aul", en voor auto alleen "au".׳
'Dan moet je wel een geheugen hebben als een ijzeren pot/ vond Siem.
Een lachje trok over Bollé's gezicht.
'Heb ik ook.'
'Je kunt toch niet voor elk woord een afkorting bedenken? Dan ben je een lopend steno-woordenboek...'
81