BOSPLANKWARTET
Vergeleken met het werk op Schiphol is dat op het Bosplan een lachertje. Om afgekeurd te worden voor 't Sandt moest je al bevoorrecht zijn, en zonder de verklaring van dokter Van Bomas was ik nooit op het Bosplan gekomen.
Wij werken er aan de kanobaan. In mijn ploeg zitten mensen als professor Bregstein, eens rector-magnifi-cus van de universiteit van Amsterdam, Ernst van den Beugel, zoon van een bankdirecteur, Paul Godwin, de beroemde violist, Joep Raphael, de stichter van het Raphael-kwartet.
De violist en de cellist moeten in elk geval hun vingers sparen om niet ondeugdelijk te worden voor hun beroep, en de opzichter van de Heidemaatschappij heeft daar alle begrip voor. Alleen valt er niet veel te verdienen op die manier.
Steeds tegen het eind van de week haalt professor Bregstein geld op om de minder bedeelden een toelage te geven op de paar guldens die zij verdienen, en ook mij biedt hij geld aan.
Daar voel ik me te trots voor. Vader is nu al anderhalfjaar naar Polen, maar ik hoor hem zeggen: 'Als we onze kóvet kwijt zijn, hebben we niets meer.' Hij is een trotse man, eigenlijk veel te trots voor een arme donder, en ik wil proberen zijn voorbeeld te volgen.
Desondanks ben ik goede maatjes met mijn ploeggenoten, en zo word ik uitgenodigd voor de komende zondagmiddag op het Stadionplein, om met Bep te luisteren naar het Bosplankwartet, waarin Paul God-
124