techniek weet. En ik ken de hele krant op mijn duimpje. Dat zul je wel gemerkt hebben, hè?'
Ja. Hij was er zo een die alles wist, en natuurlijk béter wist. Een echte bijgoochem, zouden de joden vóór de grote vernietiging hebben gezegd.
Ik knikte.
'Tussen twee haakjes: wij zullen het samen wel vinden. Als er moeilijkheden zijn, vertel het me gerust. En mocht er iets bijzonders aan de hand zijn op de afdeling, in de dagdienst, roep me even apart en vertel het me. In de nachtdienst kun je me altijd thuis opbellen, want 's nachts kom ik niet meer op de krant. Ik heb lang genoeg nachtdienst verricht in mijn leven. Ik ben nu de chef. Je weet het: vier weken dag, vier weken nacht. Vijfentwintig procent nachttoeslag boven je salaris. Geld verzoet de arbeid.'
139