ARMOEDE EN ONDERLING HULPBETOON. 6l
genootschap, de Coöperatieve Credietbank van de Maatschappij voor den Werkenden Stand, de Spaarbank van den Amsterdamschen Werkmansbond en de Spaarbank H. Antonius van Padua.
Zij vragen dat niet tevergeefs. Op 31 December 1900 hadden deze spaarbanken tezamen 269.541 boekjes in omloop, terwijl het tegoed op deze boekjes in totaal bedroeg/25.267.092,791/2*
Tegenover de donkere zijde der medaille, waarop het pauperisme van Amsterdam is afgebeeld, doet deze lichtzijde zeer verkwikkend aan.
De beteekenis van de Hulp- en Voorschotbanken, die vooral in de laatste kwart eeuw ontstonden, blijkt niet zeer groot te zijn. De belangrijkste bona fide instellingen verkenen per jaar aan plus minus 1000 personen voorschot. Van de clandestiene inrichtingen wordt echter in veel grootere mate gebruik gemaakt. De vele obscure afbetalingsmagazijnen zijn een bron van verdriet in duizenden gezinnen.
De Bank van Leening der Gemeente Amsterdam geeft geen voldoende tegenwicht, heeft ook een andere beteekenis. Dit blijkt, wanneer haar omvang en beteekenis, volgens de cijfers van 1830 en 1900, tegenover elkaar worden gesteld. In het eerstgenoemde jaar werden er 242.211 panden beleend, waarop ƒ 940.158 voorschot