200 EEN STUKJE POLITIEKE GESCHIEDENIS.
telijk beheer, welke diep in het volk had postgevat. Vooral in zake de concessie-politiek vertrouwde men de ontbaatzuchtigheid van de vooraanstaande figuren niet geheel en al. Voor de massa was het raadslid met de pelsjas de personificatie van de belangen van aandeelhouders, aan wie Amsterdam ten offer werd gebracht.
In andere kringen weer heerschte ontstemming over de grondpolitiek: de blijkbare stelselloosheid bij den verkoop van grond, het ontbreken van iedere poging, om bij de uitbreiding der stad een behoorlijk stratenplan te ontwerpen, laat staan een aesthetisch geheel te verzorgen, waren toch even zoovele uitingen van de ook op dit gebied doorgetrokken laisser-faire politiek der overheid. Grond- en bouwspeculanten zegenden het gemeentebestuur, dat het hun mogelijk maakte met de stad te doen wat zij wilden.
Doch de kentering kwam en diende zich het eerst aan in de bestaande Kiesvereeniging Burgerplicht. Jongere, meer vooruitstrevende leden waren van meening, dat de politiek in ons land zich niet uitsluitend had bezig te houden met het aanwakkeren van den strijd tusschen kerkdijken en niet-kerkelijken; bovendien konden zij zich niet langer vereenigen met de verouderde theorie, waaraan de meeste liberalen nog vasthielden,