196 EEN STUKJE POLITIEKE GESCHIEDENIS.
de leden van den Raad konden kiezen, moesten, om stemgerechtigd te zijn, een bepaalde som in de rijks directe belastingen betalen. De Gemeenteraad werd voor zes jaren gekozen, terwijl om de twee jaren een derde aftrad. De Burgemeester werd door den Koning benoemd en de Wethouders werden door en uit den Raad gekozen.
Langzamerhand ontwikkelde zich nu in de hoofdstad het politieke leven. In 1865 werd een brochure uitgegeven, waarin gesproken werd over de ontevredenheid, die in Amsterdam heerschte over een paar Wethouders, maar vooral over den Burgemeester, en waarin gezegd werd, dat in den bestaanden toestand, nu er zooveel ten achter was, goede wil en werkzaamheid alleen niet voldoende waren. Amsterdam had als Burgemeester een doortastend man noodig, die van aanpakken wist. Zulk een Burgemeester zou wel spoedig het woordje ,,duur” voor zijn naam zien. Maar als men een schip, dat op het strand zat, weer vlot wilde krijgen, werd er verder gezegd, dan moest men niet op een beetje geld zien. Wanneer voor de drie vacatures, die in den Gemeenteraad waren, drie degelijke en eerlijke mannen werden gekozen, die het geheel eens waren met de beginselen der Grondwet, dan zou dat zeker voor den Minister een aansporing wezen, om een Burgemeester naar