182 een stukje politieke geschiedenis.
Bestuur. Dit bestuur, uit 21 burgers bestaande, met Rutger Jan Schimmelpenninck als voorzitter, noemde zich „Provisioneele Representanten” en telde onder zijn leden aanzienlijke kooplieden, enkele voorname advocaten en eenige winkeliers. Het toonde zich zeer gematigd. Niettegenstaande de herhaalde aansporingen van het „Comité-Re volutionnair” om degenen, die deel hadden uitgemaakt van het vroegere stadsbestuur, gerechtelijk te doen vervolgen, werd dit nagelaten. Daar deze regeering echter als eene voor-loopige bedoeld was, werd in Mei 1795 overgegaan tot de verkiezing van een definitief stadsbestuur. Stemgerechtigd waren alle mannelijke ingezetenen boven de 25 jaar, behoudens enkele uitzonderingen (o.a. waren krankzinnigen en onder curateele gestelden van de kiesbevoegdheid uitgesloten). Bij vrije stemming kozen de stemgerechtigden 60 voorstellers, die een lijst opmaakten van 120 personen, welken zij daarvoor uitkozen „uit hoofde van hun verstand, deugd en beproefde Vaderlandsliefde.” Hieruit kozen de burgers weer 60 personen als leden van den Raad. Van de gekozenen moest de helft, bij loting aan te wijzen, jaarlijks op den negentienden Januari aftreden en de leden, die deze helft vormden, zouden dan in twee jaren niet herkiesbaar zijn. Schimmel-