72
ONDERWIJS.
wel plaats voor eenigen twijfel. Nog meer valt het tastbare nut te betwijfelen van het onderwijs, dat aan de vrouwelijke jeugd wordt gegeven in het beoefenen van eenigerlei kunstambacht.
Amsterdam zal zijn ambachtsonderwijs oplettend moeten beschouwen, wil het op gelijk plan komen met het onderwijs in hoofd- en admi-nistratieven arbeid.
Ten slotte nog enkele cijfers, die betrekking hebben op de kosten van het openbaar onderwijs.
De zuivere kosten, waaronder worden verstaan de totale uitgaven, na aftrek van de diverse ontvangsten, bedroegen in:
Lager: Middelbaar: Hooger:
1865 f 106.065.— f 10.070.- f 58.720.—
1912 -2.496.775.- - 443.725.— - 428.130.-
In een kleine halve eeuw bedroeg de_ stijging van de netto uitgaven dus als ioo : 2508 voor het lager onderwijs; 100 : 4406 voor het middelbaar en 100 : 728 voor het hooger onderwijs.
De zuivere kosten per hoofd der bevolking zijn als volgt:
Lager: Middelbaar: Hooger: Totaal.
1865 f 0.41 f 0.04 f 0.22 f 0.731) 1912 - 4.23 - 0.76 - 0.73 - 6.44
1) Met subsidiën aan particulieren.