vuil van dc vodden, om den nood; bij de boeren, dooide donkere nacht-ochtendwegen, omdat het gevraagd wordt. En hij zoekt er de wrijving in van de hardheid, als wilde hij, met het uitdagen van die draaglijke zwaarten, zich sterk maken, en scherpen.
En hij zorgt. In duizend dingen, nauwgezet, lijdt hij, beangst om de pijn voor de anderen.
„Vadertje,” zegt Lea, als hij zoo bezig is.
EINDE