als er is? en een stuk of wat bloeiende mandarijnenstruiken? Zoo met mijn blik naar de stil-schuimende, breedlevende, warm-blauwe zee-bak dan maar alstublieft? Als het U hetzelfde is?
Dan hoef ik niet als een dolgeworden kikker over dat grijze vlak te beenen. En ik hoef niets, niets te vergeten.
Gauw dan maar naar dat kacheltje. Naar mijn voorloopig Azuren Kustje. En daar een beetje daaraan denken: aan dien bloei, aan die geuren, aan die werkelijke volheid, lente en zomer en zingende ruimte. Want die bestaan toch heusch, nietwaar? U weet het toch ook zeker, dat ik hiermee niet bepaald gek ben?
Maar wat ik wel geloof: dat ik een beetje ongeschikt ben voor het ijs.
Dat kan toch wel?
Misschien is dat wel een beetje kinderachtig. Ja. Ja, dat zou het best kunnen zijn. Ja, dat is misschien het woord: een béétje kinderachtig.
1
r
71