zijgen, waswit, met bloed bestroomd, en trillend in den laat-sten tegenstand.
De kroniek vermeldt dat hij letterlijk in stukken werd gescheurd.
In Worms, daar bij de Kerk, ontmoetten de beide vrouwen elkaar, elk door een Christen tot bezit gemaakt. Haar blikken troffen elkaar; niet alleen om elkaar te vertellen van die diepste en om God’s erbarmen schreeuwende beleediging die haar dwingt de vrouwen te zijn van die verachten en verruwden. Hanna onderging het als een straf na haar eigen verraad. Golda als een raadselachtig en afgrijselijk leed, haar door God opgelegd, zij weet niet waarom, maar meermalen weerzinwekkender dan de dood. Niet alleen om die uitwisseling van elkaar’s diepere gedachten troffen elkaar haar blikken, en om de verberging van het loerende verzet daarin: het besluit om in dezen tuimel van bloed en schan-de-geweld, straks toch het leven te redden en voort te zetten. Niet alleen in dat spel van machtige slimheid in de engte, dat de waarborg is voor een zekeren triomf. Het was ook de blik van twee vrouwen, die blik waarin elk van de ander het uitgaan van alle krachten speurt naar hetzelfde doel: den beminden man. Gescheidenheid en diepe verbondenheid, afstooting en samenzwering tot de vlucht van de onderdrukten, leefden in dien blik. Zij zouden, hoe dan ook, door de modder heen van deze schennis, het hunne aangrijpen, redden en verder dragen door de duistere spelonken van den tijd. Zij wisten het: door lijden, lijden, lijden heen naar nieuwe Oprichting, het neerslaan van den tegenstand, en het zegevieren met de liefde tot het Leven, die nooit werd verzaakt en nooit kon worden vernietigd.
394