Simcha, de knaap uit Worms

Titel
Simcha, de knaap uit Worms

Jaar
1936

Overig
De knaap uit worms

Pagina's
395



mooie dochters, met een verwondering om zooveel waardigheid die zoo gemakkelijk kon worden vernietigd alsof het giftige onreinheid was, en een gevoel van onzekerheid en spijt, dat in brandende pijnen werd opgeheven. Otto keerde nog eenmaal met een onbegrepen nieuwsgierigheid naar haar terug; zij lag opzij, hij kon maar een deel van haar trekken zien. Hij kreeg een iets duidelijker herinnering, en een licht gevoel van weeheid, maar stortte zich daaroverheen. Wat deerde het hem al was het zoo? Dat is het heilige leven van den Kruisridder, hij is geen labberaar van liederen met maanzieke oogen, en het is jammer als het zoo is, dat hij haar niet naar die meid en naar dien bleeken bokkebek heeft gevraagd, nu, dan had zij alleen mogen wegloopen. Vlakbij haar was Mar Salomo, de voorzanger, met een lans in zijn hals gestoken; hij had verbaasd opgekeken, als om met den hooggestemden wil van zijn zangersnatuur het domme geweld te bezweren. Men was op hem aangesprongen omdat hij, tegen dien somberen stroom van bloedig dweepen in, het „Olijnoe” wilde laten zingen, en die felle hooghartigheid werd in den overwinningsgloed van de Christenen onmiddellijk gekend. Rifke’s man, de kleine kramer Reb Salz-mann, tuimelde om door een beukenden zwaardslag op zijn schuddende hoofd. Hij dacht aan het vrouwtje dat zoo vreemd van hem weggegaan was, als iets dat niet te hantee-ren bleek. Hij mompelde iets met gesloten oogen, van dat hij wel geweten had dat hij zoo zou eindigen, en verzonk snel en diep in den schemer van het zuchtende sterven. Naar alle kanten werd gestoken, geslagen en gehouwen; angst van kinderen, ridderlijkheid van knapen jegens hun zusters, moeders of bruiden, grondigste innigheid van vaders die hun zoons, van zoons die hun vaders dachten te kunnen sparen met zich het eerst aan den doodelijken steek te bieden, alle smart, alle liefde, alle uitbarstende levenskracht, alle overmacht van den geest die zich ontvouwden, waren ver-geefsch. Zij stonden tegenover de Daad, en de Daad kon alleen zich doorzetten. Zij van de Daad, waren van overal, heel van over zee, uit Engeland, en uit Gallië, Belgenland en Vlaanderen met veel moeite en nooddruft naar hier gekomen

348

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.