Simcha, de knaap uit Worms

Titel
Simcha, de knaap uit Worms

Jaar
1936

Overig
De knaap uit worms

Pagina's
395



bijeenkomst van het Kapittel bij te wonen; de Leviathans zouden hen wel niet willen toelaten. Maar Salzmann ontkende met een paar zangerig loeiende woorden, hoofdschuddend en met afwijzende oogen. Simcha stemde met hem in: allen zouden worden toegelaten, morgen. Eliah, de lange vaarknecht, stond al dien tijd met hunkerende instemming zijn knokigen goedigen kop glimlachend op en neer te knikken, en verstilde weer volgzaam bij de seinen tot kalmte: hij zwelgde, na zijn hondsche reizen op de gevangenisachtige schepen en in de koude vreemde steden, van heel dit stad-sche samenzijn vol tintelende, botsende maar ten slotte toch eng verbonden werkzaamheid; en elk gevecht hier, met zooveel hartstocht van eiken kant geleverd, was voor hem niet anders dan een door en door verwarmend vuur, waarin hij met bewondering en verrukking van alle zijden de licht ontvlammende spaanders zag aansmijten. Onder de woorden van Reb Tobias den herbergier kwam, ongenood, nog een gast om den hoek van den ingang sluipen: Reb Juda, lid van het Kapittel, den sluwen kop in zijn schouders gedrukt, den vossenglimlach om zijn mond en in de blauwgroene oogen. Stug en rood was zijn haar, naakt-heuvelig en valsch was zijn nek, hij was, in gang en heel zijn uiterlijk, een wonder-baarlijk-gave verschijning van het Bedrog en de listigheid, de woorden maakten zich, in hun verstijfde zoetheid, altijd eerst moeizaam van zijn lippen los eer zij als klevende kransen om de halzen der toegesprokenen kwamen sluiten, en hij liep niet, hij sloop. En desondanks, al scheen hij door allen die hem kenden, aangewezen op die rol die hen zou moeten dwingen, waarheid en leugen te blijven onderscheiden, bezat hij een machtsplaats in de Gemeente tengevolge van het met kwakzalverij verdiende geld en tengevolge van de stijve zoetheid van stem en lippen waarmee hij eindeloos zijn klevende kransen uitzond. In een wereld zonder geld zou hij enkel een zieke zijn geweest, een verwrongene, lachwekkend door de tegenstelling van zijn verschijning voor de men-schen en van zijn eigen voorstelling daaromtrent, maar hier kon hij nog gevreesd worden. Hij bleef bij den ingang van het vertrek staan en knikte goedkeurend naar Reb Tobias’

243

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.