En werkelijk, daar stiet, hoog in het lichtgroen gebladerte, zo’n merel weer zijn lied, regelrecht de ruimte in van het open Heelal.
Haar tred werd verend en vol drift; haar jonge voeten drukten triomferend de bodem van het onwillige land.
Zie haar gaan, haar bruidegom tegemoet.
Zingt voor haar.
Danst voor haar.