lingen niet bedwingen, ook al hadden zij dat gewild. Het overviel de Joden waarvan zij wisten dat zij het merg van het Joodse geldbedrijf betekenden. Op Aron en Fantin met Rifke na die al ver buiten de Poort waren, werden met de Joden van de plaats, alle deelnemers aan de grote Lening omgebracht. Wilzmut die verschrikt kwam zien wat gaande was, werd als eerste slachtoffer tegen de huisdeur neergeslagen en dóórstoken, zo snel dat hij zelfs geen tijd had voor zijn belijdenis. Geen enkele daad van geweld had Rentmeester Pfalzer gepleegd, en ook zonder Geselbroeders kon hij zijn meesteres haar Kroon zo snel terugbrengen als hij beloofd had. Hij wist dat de Poes al sinds lang voor de val had post gevat; de Joodse muizen waren daarin getrippeld, niet vol vertrouwen maar wel vol kaaslust, en overigens wetend dat zij muizen waren. Een enkele tralie had toen de Meester maar weg hoeven nemen, zodat de Poes de val kon binnengaan. Dat was alles, en over alle renten was Pfalzer meester. De wereld had haar loop; velen kwamen om, en wTeinigen waren edel die zichtbaar waren. Zijn Hertogin heeft hij de dienst bewezen van een mooie vracht goud voor haar binnen te slepen, dat immers toch een goede dag aan de Christenen zou toevallen. Zij houdt haar Hertogdom niet lang genoeg meer om dat alles te kunnen verkwisten. Er rest haar nu voor haar eenvoudige jaren nog een handjevol leefgeld, en ook hij heeft nu iets om zich niet bedelaar te voelen als straks met haar macht, ook zijn dienstbetrekking zal eindigen. De enkele Christenen die geld hebben ingebracht, kan behoorlijk hun rente worden uitbetaald. Dat zijn niet meer dan twee rechtvaardigheden en verstandige daden, en ook gebruikelijk. Zijn overschotje is het kleine voorrecht van zijn ambt. En het was wel al te dwaas en beschamend, dat Joden het Machtssymbool van zijn Hertogin in hun hemden zouden krijgen. Dat stond nu weer waar het behoorde te staan.