voor Willebrord Petrus Falk, en voor de armen van de Parochie, om een bloedbad af te wenden. Want bij de Christenen gekomen, had Falk zijn fonkelnieuwe Christenplicht met veel begrip gedaan. Eerst tot de hef hebbende weduwe, daarna met haar bij de bestolen geestelijke (wiens tafelzilver niet door de Christen Willebrord maar in ’s hemelsnaam door de Jood Falk was meegenomen, daar dit wezen immers door God gesplitst was en later weer tot eenheid zou geraken —) daar had Willebrord Petrus de ene stem die hem geraden had, geld van andere Christenen te lenen en daarmee te vluchten, tot alle stemmen van de Joden-Raad uitgebreid. Met dit valse voorstel had men hem in de dood willen drijven nadat hij behoorlijke Christenen zou hebben bedrogen. Het was toereikend voor het zenden van een bezadigd man naar Rabbi Aron, een afgezant van de Parochie, die dringend maande tot het schenken van een flink bedrag voor de ontevredenen, daar die met schrikwekkende plannen tegen de Joden rondliepen en in heel Worms veel instemming vonden. Die bloedige afrekening kon nu wel minstens een maand worden verschoven. Zo werd het nieuwe echtpaar Falk ten hoogste tevreden gesteld; het kreeg meer geld dan waarvan het, na de weligste omhelzingen op de donzen bedden van hun liefde-stee verzadigd ingesluimerd, gedroomd had.
Ook Bendit, al had hij de smaad van Ricia’s weigering niet vergeten, was niet slecht uit het tumult te voorschijn gekomen, nu hij zijn panden te gelde kon maken. Hij had zelfs het plan voelen opkomen om Schaffmann, Hernia’s verleider, nog onder zedelijke druk over te halen tot de storting die uit vrees voor wrijvingen tot nu toe was nagelaten. Want wel was Reb Vidal agent voor de Beierse Lening in Worms, maar ieder kon toch tweede agent of aanbrenger worden; men leende om uit te lenen en met Beieren rijk te worden en aanzienlijk. Bendit geloofde bovendien dat Ricia tegenover zoveel erkend-