138
genomen met het donkergrijs-blauwe vlak tegen den wand gezet. Aan haken tegen den achterwand, voor de kamerramen, hingen, om een groot uitbloedend beestenlichaam heen, dooreen-slangende leege (darmen, een afgrijselijke kop met mijmerende oogen en omlaag hangende tong en, als groote fuchsia's, bloederige harten. Tegen de gangmuur rechts, naast 't kantoortje, uitsnij- en hakmessen, groote kluwens bindtouw en een paar blaaslbalgjes.
De ouwe Moeder, graag tusschen mensclhen en levendigheid, was, zonder lust alleen in de verstilde binnenkamer te blijven, bij 't raam gaan [zitten voor haar kleine tafeltje, waar ze met haar ouwe blankige rimpelhanden rondgleed langs de melkige bovenkanten derdominosteenen, 't spel aanpassend alleen, tot straks Regiene weer lummelen moest en bij haar aan kwam zitten. Zij glimlachte tegen den onwil der vierkantjes, zoekend en 'keerend om een Iheirweg van aaneensluitende oogsteentjes aan te leggen over de tafel. Nu en dan mompelde izij zachte verwenschinkj es, altijd nog roodig-frisch binnen de witte geplooide mutskap met neerhangende gouden en roodsteenen oorbellen.
Van de tafel lawaaide gelach holluidend door 't hooge vooihuis. Hartog had een gevaarlijke misère met bevend-nerveus gezicht .zitten uitspelen, en nu-ie ze gewonnen had, zat-ie paard-rijdend op z’n stoel te schreeuwzingen, zijn rauwen straatzang met stompen van Izijn boezeroen-armen op de tafel begeleidend.
Grinnekend van heroïsch wingeluk stond z'n rood-bezweete, bebaarde kop op zijn vuile werkkleerenlijf; zijn broek, glimmend van vet- en bloedsmeer, los van z'n over z'n schouders hangende bretels, stond van boven open, liet een reep van z'n blauwen onderbroek bloot, met een grooten geelsteenen knoop.
,,Hol toch op, nar!" schreeuwde Regiene, met oogen als hij, diep-weg onder 't hooge voorhoofd gloeiend van spelvreugde en orde-drift tegelijk, ,,ie bin stapel