Niet van deze wereld, hier.
Beangstigend is deze. Alsof een diepe vijandschap naar hem grijpt. Niets van hem, deze wereld. Voor hem gesloten. Tegen hem bewaakt. De zijne moet, ergens, ver-af of dichtbij, een andere wezen.
Zoo’n Evelien heeft toch maar gouden schatten, vindt Hanna. Schatjes zijn het. De tasch met beugel is erg ouwerwetsch. De beker is mooi, maar hij interesseert haar niet.
De armband. De armband is om te zoenen.
328