Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



Zoo. En jullie maken dat samen in orde. En meneer.... e.... Hummes.... U hebt zeker dat allemaal al prompt verzorgd....” Geloof dat maar: een mamzerbennenidde van een stille kom-mando-speler! In zijn hart wel te verstaan! Doet-ie precies wat-ie wil! Yan wie is-ie eigenlijk?”

„Van de Bree. Dr. de Bree. De apotheker en scheikundige.” „Is dat zijn vader? Zoo! Ken ’m persoonlijk niet. Deftige Gooj. Zoo. En is dat de kameraad van Max? Nou Max is toch voor hèm maar een doodgewoon stukkie ordinaire jodenfamilie. Is géén grootsj sjallef, waarachtig niet. Keurig fijn in zijn optreden. Ondertusschen hebben ze jou toch maar de sleutel van onze schuur uit je jodajem gespeeld. Had ’m ook lieelemaal niet daar op school bij je maggen hebben, en nog veel minder vertoonen.”

„Je weet wel hoe dat gekomen is, dat ik ’m bij me hield.”

„Ja stil maar. Het is allemaal dezelfde vuiligheid. En van de eene vuiligheid komt zonder pardon de andere. Ze zijn wat mans. Ben jij dan toch ook niet tegen opgewassen geweest. Voor zoo’n aanstaande Gazzen en Bebbe als jij bent, voor zoo’n groote man is dat nog wel niet zoo heel erg bij de pinken.” „O, moet ik daarom alles vooruit weten wat die vuile jonges voor rotstreken zullen uithalen? Wat een onzin.”

„Onzin of rotstreken, rotstreken, die ken ik niet: rotstreken. Maar iemand die Basjie kent (Basjie zijn de beginletters van den naam van een beroemd Pentateuch-verklaarder, en wie Rasjie kent, geldt bij Jankef en de zijnen als de bezitter van een levende philosofie en scherpzinnigheid) aan zoo iemand moest dat niet geleverd kunnen worden. Om je de dingen uit je vingers te laten spelen door zulke bandieten die voor niks staan, die zulke vijanden van je zijn.”

„Je lijkt Evelien Meijer wel. Viel ook gemeen tegen me uit, omdat ik ’m uit handen had gegeven. Bespottelijk. Wat weten jullie daar nou van. Een jonge die elke dag naast je zit, die kun je toch niet weigeren, als-ie vraagt om even zoo’n extra-groote sleutel te bekijken?”

„En,” zingt Jankef, „ze heeft gróót gelijk! Heb je les gehad bij de Gazzen?”

„’k Heb der een half uur gezeten, maar les heb ik niet meer gehad.”

„Ook temet gehoord van bizondere voorvallen? Heb de Gazzen vijfentwintig gulden te leen gevraagd voor ’n handel; heeft me, óp de trap, weggesnauwd zooals ik ’t in geen jaren van ’m gehoord heb. Krimineel. Ja-a; hij kómt wel! Daarom niet. Hij

113
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.