Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



„Hoe is het godsmogelijk,” vertelt Herman nog eens kalmpjes na, „zoo’n eigengereide nar van een spelden-op-laagwater-zoeker.”

Hij staat op en roept met klem: „Asjeblieft verschwartzter nar! Hier is je vijftig gulden. As je vijftigduizend er mee verdiend hebt, breng je ze maar weerom. En verder niks geen buitengewoons.”

„Behalve dan....” licht Rachel in, „van de verloving.... heb je toch zeker wel gehoord, niet?”

Nieuw geroep, over en weer, sarcasmen, vliegen afvangen: Jankef hoort dat Evelien Meyer de Leeuw’s zoon geweigerd heeft. Hij zwijgt over zijn ontvangst aan de trap bij de Jood-sche school. O, dus dat was de zuivere peebui van de Gazzen. „Tot de dag na Rosj Hasjoone,” nikt hij nu naar Herman, op het geld doelend. Hij ziet rond naar de vrouwen. Hoewel hij weet dat het meer is dan hij nog wil zeggen:

„Zit een goed stukje brood an? ’t Is niet voor niks dat ik ze noodig heb? Een extra stukje geld? waarachtig als God....” „Nou boe! bluf nou maar niet zoo!” knauwt Herman, „zorg nou maar ’s eerst dat je’t in je handen hebt, je extra stukje geld.”

„Nooit van zijn levensdagen,” beslist Ozer tot Herman. Jankef blijft staan, want hij denkt dat Ozer bedoelt: nooit komt het geld terug. Ozer voelt het: „Nooit van zijn levensdagen krijgt-ie twee centen bij mekaar.”

„Zoo, niet....”

„As de eene cent de ander bij ’m ziet, zegt-ie wat doe je hier en loopt weer weg. Daar moet men hersens voor hebben om ze bij elkaar te houen tot er meer zijn. En hersens wordt iemand door Kodesj Borrege ingeschapen. Mooie woorden helpen daar een krummel een ongeluk an.”

„Jouwe zelfs niet?” neemt Jankef hem.

Als hij het hekje van het bloederige voorhuis toeslaat, voelt hij zich met zijn vijftig gulden een oogenblik zwaar bekocht. De vlammen slaan hem uit, hij blaast. Duizendmaal wist hij het al, dat zij hem niet ongekweld kunnen laten; duizend nieuwe keeren stort hij zich blijmoedig in het gloeiende prikkeldraad van hun verwarring, om er de enkele bloesem van hun goedheid weg te halen, die toch geplukt moet eer hij zou dorren. Ja, bij van Ginkel is het gemakkelijker en eenvoudiger: „asjeblief Leefmans, veel geluk dermee. Ik zeg veel geluk dermee.”

103

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.