134
schrijft de heer Boellaerd: Allen verdwenen met Pinksteren naar Londen — Rapp.).
19 Mei 1945 Apeldoorn/het Loo.
Op het Hoofdkwartier Nederlandse Strijdkrachten van Z.K.H. Prins Bernhard de steun en de papieren ontvangen, die een volledig slagen van mijn opdracht mogelijk gemaakt hebben.
20 Mei 1945 besprekingen met mevrouw van Overeem (over 5 vrachtauto’s) en Ir. te Winkel van het Departement van Waterstaat (over 10 vrachtauto’s). Rode Kruis-colonnen met een capaciteit van 50 man vertrokken uit Vught (N.B.) vanwege M.G. Noord-Brabant.
22 Mei 1945 uit Tilburg vertrekt onder commando van kap. Pieké een autocolonne van 60 vrachtauto’s met 5 motorrijders en 2 her-stellingsauto’s.
23—24 Mei 1945 gevlogen naar München met Auster, Marauder, B 26 en C 74.
25 Mei 1945 aankomst kap. Pieké te Dachau met autocolonne.
Daar verschillende landgenoten reeds op eigen gelegenheid vertrokken waren, had ik plaatsruimte over en kon in het bij Salzburg gelegen P.W.kamp Tittmoning aan de aldaar verblijvende 350 Nederlandse beroepsofficieren vervoer naar Nederland aanbieden. 200 officieren maakten hiervan gebruik. 100 politieke gevangen uit het kamp Allach en een groep arbeiders uit München konden tevens worden meegenomen.
27 Mei 1945 afmars van autocolonne 60 auto’s via Mannheim, Giessen, Keulen naar Zevenaar, alwaar op
30 Mei 1945 over de grens werd gereden en na een zeer kort oponthoud de reis naar de verschillende woonplaatsen kon worden aanvaard.
De in Dachau achtergebleven 70 zieken zullen regelmatig worden afgevoerd.
Ik moge hierbij speciaal de voortvarendheid van kap. Pieké en ritmeester van Lanschot noemen en mijn waardering uitspreken voor het onvermoeide werk van de technische staf, de chauffeurs en de motorrijders, zomede van medisch personeel.
De ondervonden medewerking van de Amerikaanse autoriteiten was zeer groot.
(w.g.) W. A. H. C. BOELLAARD.
Bijlage 41.
Koninklijk Besluit inzake de instelling van het Regerings-commissariaat voor de repatriëring.
WIJ WILHELMINA, bij de gratie Gods,
Koningin der Nederlanden,
Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Ministers van Sociale Zaken, van Algemene Oorlogvoering, van Buitenlandse Zaken, van Justitie, van Binnenlandse Zaken, van Financiën, van Oorlog, van Marine, van Waterstaat, van Handel, Nijverheid en Scheepvaart;