dezer kinderen gemakshalve vergeet, vergeet het eerste, waaraan hij denken moest.
Wat daarom tenslotte de Kerk en haar geloof betreft: moet zij dan waarachtig méér geloof hechten aan haar leiding en opvoeding dan aan de historische leiding en opvoeding van die God, die zij zelf de God van Abraham, Izaak en Jacob noemt?
Sinds wanneer is het aan christenen opgedragen voorzienigheid te spelen en daartoe zelfs de smet van geestelijke en letterlijke kinderroof te dragen? De Kerk heeft haar woord te spreken, haar gesprek te voeren met de Joden, ja, maar dan op een wijze, die in overeenstemming is met de eerbied waarvan wij spraken, en verstaanbaar voor medemensen, die door godvergeten beulshanden zo zeer op hun Joodse afkomst werden teruggeworpen.
Daarom worde in ons land, vóór alle andere nog zo principiële of geestelijke vragen, eerst eens deze eenvoudige vraag beantwoord: waar zijn Anneke Beekman en Betty Meljado en wat wordt er in hun levensbelang gedaan?
K. H. KROON."
Uit „De Volkskrant" d.d. 27 Juli 1953:
„MGR. ALFRINK BERICHTTE PLEEGOUDERS:
GEEN KATHOLIEKE PLICHT JOODS KIND TE VERBERGEN Twee Joodse meisjes blijven onvindbaar Amsterdam, 26 Juli. — De aartshisschop-coadjutor van Utrecht, mgr. dr. B. J. Alfrink, heeft de opperrabbijn voor Nederland, de heer J. Tal, doen weten, dat aan de dames Van Moors! te Hilversum van kerkelijke zijde is medegedeeld, dat zij aan haar katholieke levensovertuiging niet de plicht tot achterhouden van het Joodse meisje Anneke Beekman behoeven te ontlenen. De opperrabbijn had mgr. Al f rink enige weken geleden een telegram gezonden, waarin een beroep werd gedaan op de invloed van het hoogste Nederlandse katholieke kerkelijke gezag voor het doen terugkeren van twee verdwenen Joodse meisjes, Anneke Beekman en Betty Meljado. De leidende commissies van het Nederlands- en van het Portugees-Is-raelietisch kerkgenootschap hebben elk twee van haar leden in het bijzonder belast met de behandeling van de zaken der twee verdwenen meisjes. Deze vertegen-
83