katholieke geestelijke. Men heelt de hulp ingeroepen van vooraanstaande katholieke politieke figuren. Hel Opperrabbinaat van Nederland heelt zich in deze zaak gemengd. Alles zonder resultaat.
Is het dan verwonderlijk, dat men na jarenlang met een kluitje in het riet te zijn gestuurd, ten slotte ook de openbare mening in deze zaak betrekt?
En daarvoor was op dit ogenblik nog meer reden. Een hall jaar geleden is de veronderstelling, geuit in verschillende bladen en allang levende bij alle op enigerlei wijze er bij betrokken zijnde personen, dat de twee kinderen in kloosters verborgen gehouden werden, door de aartsbisschop-coadjutor ontkend. In een brief dd. 13 Juli 1953 gericht tot opperrabbijn Tal wordt gezegd: „Niemand is gebaat met de bewering of de suggestie dat het kind met behulp van priesters tegen haar wil in een klooster zou zijn opgesloten. Buiten de dames, die de verzorging van de meisjes op zich hadden genomen en degenen, die het thans verzorgen, schijnt niemand te weten, waar het kind is en hoe het daar gekomen is." Het is nu duidelijk gebleken, dat de aartsbisschop-coadjutor zich hierin ernstig vergist heeft. Niet slechts dat het meisje Betty Meijado in een klooster gevonden is, bovendien is thans bekend geworden, dat beide kinderen voordien in verschillende kloosters geweest zijn; dat de leiding van de kloosters en internaten door geheimhouding voor de politie op actieve wijze medegewerkt hebben aan het verbergen van de kinderen en dat de bewering of suggestie, door de aartsbisschop-coadjutor zo ernstig berispt, achteraf bewaarheid is. Wij hadden derhalve in deze verklaring, juist op grond van de vroeger geschreven brief, een passus mogen verwachten, waaarin het gedrag van zo vele katholieke geestelijken zou worden afgekeurd en waarin zou worden gezegd, dal deze hulp nimmer verleend had mogen worden op basis van de katholieke overtuiging.
Niet slechts dat deze passus ontbreekt, er wordt nu zelfs in deze hoogst officiële uiteenzetting een verdediging van het roven van Anneke Beekman gegeven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het reeds in 1948 door de pleegmoeder gebruikte argument, dat het meisje uit zichzelf is weggelopen. Deze dwaasheid gelooft natuurlijk niemand: dat een meisje van amper zeven jaar uit huis zou weglopen en nooit meer terugkomen, dat het meer dan vijf jaar onvindbaar zou blij-
98