voorkomen voor een meisje van dertien jaar — afgezien van het ieit, dat het meisje niet haar leven lang dertien jaar geweest is —, dan zal men de leeftijd van meerderjarigheid zo ongeveer moeten halveren. Dat lijkt ons de consequentie van de Gelderse paedago-giek."
Uit „Het Algemeen Handelsblad'' dd. 25 Maart 1954.
NIET TER ZAKE.
„Het aartsbisdom Utrecht heeft gisteren een verklaring gepubliceerd over de zaak Annetje Beekman, welke mededeling kennelijk is bedoeld als antwoord op een telegram, enige tijd geleden door het Ned. Isr. Kerkgenootschap ter zake tot de aartsbisschop-coad-julor gericht.
Wij hadden gehoopt, dat de hoge clerus bij een reactie op de aandrang die van verschillende zijden op haar is geoefend, tot een duidelijke houding ten deze, met name wat betreft de eerbiediging van een rechterlijk vonnis, kenbaar zou hebben gemaakt, dat het — evenmin als het op de weg ligt van de Kerk om actief mede te werken aan de uitvoering van een vonnis — niet haar houding kan zijn om passief toe te laten, dat die uitvoering onmogelijk wordt, althans aanleiding kan geven tot de betreurenswaardige gebeurtenissen, die thans rondom dit vonnis hebben plaats gehad.
Wij zijn niet alleen hierom teleurgesteld, in deze verklaring die derhalve niet ter zake is, maar wellicht nog meer, omdat zij tracht de kern van de zaak — nl. de eerbiediging van de rechtsstaat — te ontgaan door de houding van de Kerk te rechtvaardigen met een beroep op de eigen wil van een dertienjarig kind. In wezen tast dit ons eeuwenoud voogdij-recht aan, dat er juist op gericht is, de minderjarige te beschermen tegen de nog onvoldragen „eigen wil", waarvan overigens in dit geval voor zover ons bekend, behalve uit de verklaring van het aartsbisdom niet is gebleken. Er is in deze zaak totnutoe nooit in het geding gebracht, dat de rechterlijke uitspraak, die de voogdij niet toewees aan de tijdelijke verzorgsters, niet in de eerste plaats de belangen van de minderjarige op het oog zou hebben gehad.
Nog iets anders treft ons in de verklaring; „Nu de eigen wil van het meisje", aldus de verklaring, „zo duidelijk is gebleken, kan men zich afvragen of het niet op de weg van de Joodse gemeente zou liggen om
98