VI
Een schrille kreet, die je pijnlijk aandoet en als je je omwendt en ziet op hetgeen je gewezen wordt, o, dan schrik je en huivert en schaamt je over wat je ziet en hoort.... en voor de treffende
teekeningen valt alle ruwheid en platheid uit je gedachten weg----
Geeft ons de auteur in zijn hoofdpersoon Hein de diamantslijper, den man uit het volk, die zoekt en worstelt naar hooger meer menschwaardig bestaan, in Eva, de dochter van den rijken jood-schen juwelier — o eenig geteekend dat type, die omgeving — geeft hij ons de mensch van de andere zijde, die leert zien en meevoelen wat daar omgaat.
Weekblad voor dames in Indië.
.... den waarsten ziener en hoogsten lyrikus van onzen tijd... . Groot is hij als schrijver, maar groot ook als mensch . .., Deze man is de eerste kunstenaar van Holland.... Levensgang is een werk van ontzaggelijk dramatische kracht.... Het is een boek, waarin men de snikken hoort, die wellen uit de kelen der verdoemden .... Een prachtvolle levensglorie is dit boek ook, om den smetteloozen geest, die het tot in merg en gebeente heeft doortrokken .... De goddelijke wijding, die uitgaat van deze bladen, heiligen haar tot de schoonste, die ooit zijn geschreven, zij zijn literatuur van een phenomenale grandioziteit. ■— Tracht hem ook te zien, waar hij zich bewegend te midden van het verdrukte volk, met zijn groote liefde voor het goede, met zijn brandend mede-doogen voor de diep-verzonkenen onzer maatschappij — lijdt, — treurt, — weent en medesnikt met iederen ademtocht van zijne geliefden, dezen grootsten man, dezen nobelsten mensch.
V. L. in Minerva.
Stijn Streuvels en Quérido in Levensgang geven een groote warme stroom van realisme. Quérido heeft met zijn roman een groot werk gedaan. Het rukt ons heelemaal uit ons dagelijksch gedoe. Dan vind ik dat Hein Hols in Levensgang echt is.
N L. Simons in Voordracht voor Volkstooneelkunst.