IV
Het diamantslijpers leeijongentje, vol brandenden leerlust, vol poëzie ook, warmte in zijn ellende, vol medelijdende liefde, vol ernstig denken, doortrild van een teedere vereerende liefde, vol medelijden met den verdrukten arbeidersstand, is een figuur, zoo aandoenlijk, zoo energiek, zoo treffend als weinig groote romanschrijvers ze geschapen hebben.
Mr. van Loghem in Nederland.
De tegenwoordig 't meest van talent getuigenden zijn Heyermans en Is. Quérido, auteur van het met reuzen-talent geschreven Levensgang. Quérido een veel-weter, groot mensch, intellectueel hoogstaand, uitnemend kunstenaar. Querido'S boek Levensgang het eerste werk onder de moderne schrijvers, dat èn door epische èn door koloristische eigenschappen behoort tot groote kunst. Want geen der schrijvers van 1880 heeft nog iets anders gegeven dan kleine kunst. Heyermans overal tendentieus, Quérido niet tendentieus, niet opzettelijk, wèl onbewust, Heyermans èn socialist èn kunstenaar. Quérido socialistisch kunstenaar. Quérido's kunst en socialisme zijn éen.
L. Bückman in Cosmos.
Hij heeft zich een groot schrijver getoond.
Jos. Loopuit in De Kroniek.
Onder al deze stuitende en weerzinwekkende tafereelen uit het diamantbewerkersleven, waaraan ze ontnomen zijn, voelt men den volkomen reinen adem van den auteur die deze ergerlijkheden schrijft, omdat hij meent, ze te moeten schrijven. De eerlijkheid der uiting ligt over elk hoofdstuk, spreekt onomwonden uit elke bladzij.
G. van Hulzen in Boon's Magazijn.
De groote individualiteit van den schrijver valt te bewonderen en zijn krachtig descriptief vermogen. Het geheel — het gloeiende, bruisende werk van een kerel met hartstocht en nobele overtuiging. En als zoodanig een werk om warm lief te hebben.
J. Tersteeg in Den Gulden Winckel.
Iemand met de titanen aspiratiën van Quérido moet alles verachten wat de volle uiting zijner gevoelens belemmert. Hij denkt niet aan het publiek maar uitsluitend aan z'n hooge roeping als kunstenaar. Hij heeft zeldzame gaven en staat als romankunstenaar hoog genoeg om zijn roman volkomen objectief te houden; niet het koud objectivisme van berekenend realisme — integendeel, zijn epiek is bladzijde voor bladzijde na van hartstochtelijke lyriek doortrokken, maar het heerlijk objectivisme, dat absoluut geen