234 GODSONTEËRING.
boek van warm-brandende menschelijkheid, maar nog zoo onrijp van uiting en zoo zéér onoorspronkelijk van taai-procédé. Er gloeit van alles in Daan van der Zee, maar laat hij oppassen zich niet te schroeien aan eigen opgewondenheid. In dit boek is, naar eigen getuigenis, gepoogd het leven te beelden van de positief-christe-lijke kringen onzer dagen. Daarbij heeft hij gemeend een persoon te moeten scheppen, die dit leven meeleeft, in zijn denken er op reageert, zonder krachtig genoeg te zijn er boven uit te komen. Toch wou Daan van der Zee zijn hoofdpersoon in dit boek niet maken tot een Idee-drager. Hij wil niet dat men er tendenz in ziet. Slechts levens-spiegehng wou hij geven zonder meer.
Welnu Daan van der Zee, dat gelukte u niet. Uw hoofdpersoon Niek is zoo goed als nergens geobjectiveerd. Uw psychologie der neven-figuren is nog zeer zwak. En uw lyriek is soms ono ver drijf baar slecht.
O! als ik staaltjes van dit geschrijf wou ontleden. Toch lang niet alles. Er leeft een ménsch in de algemeene uitstorting, een hart in dit werk. Daan van der Zee heeft zeker talent. Maar wees toch duizend maal meer uzelf in zegtrant, in compositie, in uiting, in taal vóór-al. Er gloeit, er beeft hartstocht in dezen jongen christelijken kunstenaar, maar voor een roman eischen we heel wat meer. Gij hebt niet met machtige kracht en vaste objectieve zekerheid een levens-spiegehng gegeven, al lijkt ieder woord van wat ge schreeft uit dien positief-christelijken kring volkomen waar. — Want ge staat er als kunstenaar nog onmachtig tegenover. Ge kunt geen menschen herscheppen, van binnen uit. Eerst als ge dat gedaan hadt zoudt ge "levens-spiegehng" gegeven hebben. — Werkelijk, men mag sympathie uiten voor het warm-voelende en levend- mensche-lijke van zekere brokken in dit boek. En men voelt ook wel, dat bij bezonken ontwikkeling Daan van der