de berg van droomen.
daante. Maar ook zij werden overwonnen als het hun beurt was.
De oudste goden waarvan ik gehoord heb waren die van Babyion en Egypte. Over de Grieksche menschen heerschte Zeus. Groot was zijn macht, en toch had hij een moeilijk bestaan van begin tot einde. Eerst had hij met de reuzen te strijden die daar machtig waren voor hem; dan had hij zorgen over andere goden, zijn zonen, dochteren en dienaren en zorgen vooral over de menschen. En wanneer hij zich ongelukkig gevoelde moest hij, de machtige Zeus, om hulp smeeken van Iets dat veel machtiger was dan hij.
In het noorden heerschte de sterke god Wodan. Maar ook hij was niet oppermachtig en ook hij regeerde met moeite, want er waren monsters waar hij tegen strijden moest en wanneer hij zich somber en ongelukkig gevoelde, moest ook hij, de geweldige Wodan, zijn oogen opslaan tot Iets dat veel machtiger was dan hij.
Zoo waren er goden in alle oorden der waereld, groot en verheven, maar niet oppermachtig. En zij hadden allen andere goden en dieren tot dienaren die mede regeerden.
Maar in het oosten leefde er een die wijzer was dan allen. Hij heerschte alleen. Hij leeft nog.
En die god zond zijn zoon in de wereld om iedereen gelukkig te maken. Toen gebeurde daar veel.
Behalve dat deze verteltoon zwak is, en bijna pre-cieus-naief in een uitdrukking als: ״Toen gebeurde daar veel," lijkt mij ook de saamvatting mislukt en de taal zonder persoonlijk accent. Zoo is er meer, maar ook veel móóis. De volzinnen-muziek vooral van dezen stijl werd de groote bekoring. Plaats eens naast één pagina van Arie Prins, een van Van Schendel. Is het mogelijk dat deze twee schrijvers in één tijd leven, vraagt ge u af ? En beiden toch dichters die de stemming in hun woorden brengen, van binnen uit.
226