168 DB ONGEWETEN DINGEN.
geslotenheid in haar taal. Soms ontstaat er zelfs een verstrakking, die haar tot versleten, conventioneele
beeldspraak leidt. Zoo spreekt zij b.v. van: _____voor
de zich al nauwer samenpakkende geldzorgen...."
of ״____ondervond hij als iets ongekend weldadigs____"
en ......aan het eind van iederen dag als een baken
het uurtje zag staan...." of _____den dieperen grond
van het kleine drama dat zich afspeelde____"Zij spreekt
van:......vurige hoop..." en.....uren van den dag onderkende de gewoonten der overburen____"Afgrijselijk
dit "onderkende". Tóch, met een bijna argelooze natuurlijkheid gebruikt zij deze expressies en zij merkt nauw hun afgesletenheid. Ons echter verbazen, ontstellen zij steeds, omdat het geheel van haar stijlkunst door zulk een innige, zuivere, eenvoudige woordkeus beheerscht lijkt. Toch ontkomt zij gelukkig aan een dorheid in de ontleding die een opsomming wordt van dingen, een meeldraden-tellerij zonder de bloem te zien. Taine in zijn reeds genoemde studie over Balzac, acht het een der grootste gebreken van den Franschen meester. Hij zegt: om de dingen van binnen uit te beelden, is er noodig, het dichterlijke van een George Sand en Michelet, of het geweldige visioenaire van een Hugo of een Dickens. Die verukken ons en brengen in ons de onbewuste ontroering tot klaarheid. ״Het haarfijn uitleggen van Balzac zegt ons echter niets. Wij blijven bij hem altijd in het duister stappen". Dit innerlijke dichterlijke bezit nu mevr. Ina Boudier-Bakker. De psychologische kracht van haar innerlijk zien, doortintelt ieder harer zinnen, doet haar zielestem stijgen en dalen door alle perioden heen. Zij dicht uit haar hart het leven om, het leven der waarneming en ontleding en zij dicht tusschen pijn en smart met een heerlijke gevoeligheid. Deze bewogenheid juist, in schijnbaar stugge houdingen verborgen of strak teruggedrongen, schenkt haar de inwendige fierheid en maakt haar uiting ook naar den vorm, tot iets zeer persoonlijks. Bij