REMY DE GOURMONT, BALZAG EN SAINTE-BEUVE 147
(״scalpeerde!■", gelijk Tristan Bernard wil)... Maar het merkwaardigste is, dat de roekelooze zeeroover Balzac, de ongehoord-ijdele, de op vertoon verzotte dwaas, de theorie over de lichtgolvingen volledig schijnt te begrijpen. Ja, dat verbluft onzen zak-encyclopaedie Gour-mont uit de „Mercure!" Dat brengt dezen sybariet-achter-de-schrijftafel in ontstelde verbazing. Tóch, van „Hernani" snapte de literaire mastodon Balzac niets! Die schelp hoort hij niet ruischen... Zoo verklaart apodictisch onze Eemy, onder een soort wraakzuchtig gezag. De reus met gigantische gebreken, die een démasqué van de geheele menschheid wou geven in een boek: „La fin du monde" tegeringom „Hernani" te omvatten!
Neen, niet hatelijk worden tegen lord De Gourmont. Want op zijn wijze is deze felle, snerpende littré-indivi-dualist, deze egocentrische genotsschurker heelemaal compleet, als negentiende-eeuwsch, half-uitgemergeld cultuur-type. Gourmont was schepper, hoe beperkt ook, en van geestelijke kracht. Hij creëerde bloedlooze „Lilith' en een Adam, die waagde te zeggen in „Le paradis terrestre":
„Merci! Mais que je m'ennuie!"
Hij was romanschrijver, boven twijfelmacht en gallische ironie uit, bijzonderlijk in zijn „Une nuit au Luxembourg", innerlijk-doorleefd stuk vrome levenswijsheid. Hij was dichter, hij was van lieverlede philoloog, kunst- en literatuur-criticus en fijn doorschouwer van wijsgeerige stelsels, al verstoot hij vaak, voor letter