Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



85

't werk, — zong Lemminga, 'n klap op googemertjes gat gevend, gauw spring-zittend voor z'n molen, met sterk voornemen, zooals ie meer deed, in twee dagen geen woord te spreken.

Onrust golfde door de rijen. Werkers voelden in 't stuggere rui-tenlicht stopuur aanstijgen. Enkele potjongens moesten al, van vijf, zes kanten tegelijk geroepen, jenever en Cats halen; borrel voor eten. Om beurten drongen ze om Kiehl aan, die, in roes van bijna werkklaare lichtheid en wingeluk, goeiig toestemde.

— Voor ons tweeë anderhallef maatje... en voor haarlie drie anderhallewe! — lolden 'n paar van den overkant op de brug.

— Nee!! ... kijke!. . . — uitrekende Kiehl, — dat maakt. .. kijke ....

— Lui nie, klootsak!. . . reken as je je matte oprolt!

Langs 'm glipten weer anderen.

— Waij drie bier! ... en veur sijn 'n maatje bonekamp!

— Nee!!.. . da kos me . . . kijke. .. juilie late d'r óók geen gras ower groeie!

— Seg, lèg nie te neuke, klootlul! . .. eeseleklokhuis!... veur vijftie sjent 'n klok van sesteg pop!. .. hê je me ooit!

— Alles ghoet en whèl, maar me vrou zall me .. .

— An me rréét! ... en Mie mag-ge hallef flessie affekaat!

— Zall 'k doot zitte blijwe! — benauwde Kiehl terug, niet meer wetend wie ie 't eerst van z'n lijf zou houên.

— Mijn sa-je toch nie vergete, hê kloot? — stemstormde Lemminga rauw midden in.

— Godverdomme!... khrijge jullie allemaal wat 'k jullie wènsch! — benauwde Kiehl erger, in zweet van werkafgejaag, — neem jij ook maar! ... komp p'r ópphan! ... me frou zal me lief-hebbe!. . of 'k temmich bin zal ze vrage! .. .

Van alle kanten werden potjongens weggestuurd; op lage bankjes stonden voor enkele bazen kommen water klaar, met ernaast zwaar-geur-rooie zeepbrokken.

Waggelend op de brug, was plots Jantje opgestrompeld, dwergmannetje van veertig jaar, met dreigend waterhoofd en karikaturig verwrongen kinderlijfje. Z'n platte pet schuurde nèt langs onderste richel bij leuningvuil. Eens per maand, op 'n vrijdag, kwam ie op fabriek, bij bepaalde luitjes die ie al jaren kende, wat bedelduiten halen. Altijd waren er verrassingen bij, kreeg ie wat extra's, als ze 'n paar liederlijke streken met 'm uitgehaald hadden. Monsterlijk uitgedijd stond z'n verdeukt globe-hoofd, bij slapen en front doortakt van fijn blauw geader, op smalle, weggezakte kinderschouêrtjes. Z'n lijfje stramde, vol diep gekreukel en vouwgeultjes, in zwart gekleed jasje, dat armelijk groende op schouêrs en rug, rood-bruinig van weerschijn. Zuigeling-laag bijna, stond ie op z'n ingezakte, naar buiten gekromde beentjes, met lang, naad-fijn klepbroekie, dat smal op schoenenplat slobberde, laag, waggelend, tenger, ingedrukt, dragend loodzwaren ernst-kop van man, vergroeid op smartelijk-lilli-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.