ARON LAQUNA 187
Lea (snikt rampzalig). Zóó érg... dat... de dokter zegt: 't loopt df... binnen ... (snikt opnieuw; kan niet verder).
A r o n (geheel verwezen). En niémand... heeft me... dit... gezegd?
B a r u c h (bevend). We dorsten niet jonge... we dorsten niet!
A r o n (op een stoel neêrvallend). Dat is méér dan verschrikkelijk!! Lea snikt. Nathan komt bij Aron staan, met zijn hand op diens schouder. Lisa valt tegen haar moeder op.
Aron (in vreeselijke droefheid, toonloos mijmerend). Baruchje... heel... erg!... (snikt ingehouden). Dan ga 'k méé... dan ga 'k méé!! Plots een kort gilgelach uit de middendeur. Allen schrikken óp en kijken. Judith en Raph schieten naar voren. Raphaël komt doodsbleek op, de haren verward, het gezicht in stuipenden angst.
Raphaël (waggelend en fluisterend). Baruch!... Judith!... Schjut!... schjut!... De Malgamawet... bóve!...
Mevr. P a r e i r a (met een kreet; ontzet en huiverend.
Raféél... jij hier?...
Raphaël (waanzinnig-bang, nog fluisterender). De Dood... bóve!... de Dood!
Doek.