162 ARON LAGUNA
A r o n.
Onbewust dan toch vader.
Baruch.
Misschien. — Maar 't is een houvdst. — Al wat je overkomt... 't is érgens goed voor.
A r o n.
Er is iets verzoenends in vader, maar... toch niét voor mij.
Baruch.
En tóch hdndel je er naar. — Zie je, jij bent zoo rijp van geest...
A r o n.
Spreek u uit vader.
Baruch (glimlachend). Ik me uitspreken? — Maar beste jonge... dat wou ik jou juist vragen. — Spréék met je vader — ik hou van jou zoovéél als,... als misschien van géén van al mijn kinderen.
A r o n. Ddt moet u niet zeggen.
Baruch.
Tóch is het zoo.
A r o n.
U zult Jacques béter gaan beoordeelen. Baruch.
Wat zal 'k je zeggen?... Die... zijn óógen zien troebel... zijn nooit te verzadigen! — Die heeft geen vrede met de wereld, omdat de wereld geen vrede met hém heeft.