156 ARON LAGUNA
Aron (snauwend naar de vrouwen).
Stil jullie (hij springt naar Jacques toe). Op zij jij! (slingert Jacques bijna tegen den grond. Zijn stem klinkt streng en ijzersterk). Nü is 't uit! — 'k Heb al veel te lang geaarzeld. — Nou duld 'k niéts meer (naar Colly, hevig bevelend en suggereerend). Jij vrouw, je zult weggaan... je zült! — Dän maar schandaal. — Ga... of ik träp je de deur uit!
Colly (hevig hijgend en haar keel betastend).
Nou... goed dan! — Nou wil ik zélf... niet meer. — Bah... bäh... bäh!... wät 'n kérel!... wät 'n ääs!... Bäh!... ik spuug op 'm!
Aron.
Dat mäg je. — Zooals ik 't noü zie, heeft ie zich als 'n schoft tegenover je gedragen.
Colly (ineen zacht en huilend). Ja meneer... jüist meneer... ü voelt 't... ü... ü voelt 't!
Aron.
Bij 't éérste woord dat je sprak wist ik 't al.
Colly (schreiend). O Jezus-marie!... meneer... hij laat me zoo alléén... zoo alléén in me ellende!
Aron.
Uw wraakneming maakt u niet beter... dat ruikt naar chantage!