146 ARON LAGUNA
mes wete zich bepaald geen raad met zoo'n sloerie hé ?... 't Toppunt!... haha!
Lisa.
Aroon, jongen, ik ril en beef over M m'n leden — als vader daar komt... een óproer — hij zakt in mekédr!
Colly (vuil). Daar heb 'k jtiist op gevlast.
A r o n (streng). Juffrouw, ik zou u in ieder geval aanraden...
Colly (staat driftig op). Wat ?... jij ianrade ?... Wou je een stamp ? ... haha... ik heb de lénte in me bloed man... val dicht!
A r o n.
Uw onbeschoftheid gaat té ver.
Mevr. P a r e i r a (kleintjes). Stil maar Aroon, ik zal Jacques wel even roepen.
Colly.
Het béste wat jij doen kan, theestoof!
Mevr. Pareira (rillend). Die meid is gék!
Colly.
־־׳- Gemaakt... door jóuw Jacques, — slappe sjerp!
A r o n (ziedend). Nog één woord en ik smdk je op straat!