116 ARON LAGUNA
VIERDE TOONEEL.
Schuw en angstig komt Raphaël op, met zijn vinger op den mond.
B a r u c h (verbaasd). Gatatie avitie ... jij hier Rafeel ?
Raphaël.
Schjut!... schjut!... schiut!... Nou ben ik... tóch dood!... Nou ben ik tóch gestorven!... Zie je nou wel?... De Malgamawet! (waanzinnig-gelukkig lachend)... Zie je nou wel Baruch ? (hij gaat naast Baruch zitten).
B a r u c h (zwaar dampend). Ben je nou gerust jonge?
Raphaël.
O ... o!... zoo'n pret! — Kijk... kijk m'n hdnd... al m'n vingers binne d'r weer terug! (zijn lachend gezicht gaat langzaam over in een vreeselijke huil-expressie). As ze... as ze... as ze nou maar niét denke... dat ik tóch nog leef! (hij wil opstaan). De Malgamawet!... de Dood!...
Baruch (houdt hem tegen en klopt hem hartelijk op den schouder).
Wel néé jonge... dat denkt toch niémand.
Raphaël.
Mama zei... vanmorgen... (met zijn handen wuivend en wiegend met zijn bovenlijf), nee... nee... niet vanmorgen... toen was ik al dood —