400
— Sei heb 'n mondje as spaansche peper!... as se je soent bran je je eige!... lachte Matje naar den stuurman, op Corry wijzend.
Maar dat begreep hij niet en weer ontstonden zulke komische verwarringen, dat de kerels en vrouwen machteloos van pret dooréén schaterden en dronken. Corry voelde niet eens meer, dat ze al ״onder de pannen" was. In volle vurigheid kwam ze los. Ze zoende den stuurman en hij trok haar op zijn schoot. Het sloepje wankelde onder het gestoei en Corry lachte luid en gillend van hachelijk plezier. Het gevaar van omkantelen vond ze heerlijk. Ze wou wel kopje-ónder in de koele klaarte van het spiegelend water. Hoe brutaal-intiemer de stuurman opdrong, hoe beklemmender ze alléén Karei, Mooie Karei in hem kon zien. Ze was machteloos tegenover zijn overrompelende streelingen en koesteringen. De meiden stoeiden mee met de matrozen. Ze dreven op godsgena nabij de Oranjesluizen. Matje en Riek schonken drank, den stuurman en Corry, en hitsten de kerels aan. Plots schrok de stuurman wakker, toen een groote stoomboot het niet wijkende sloepje bijna overvaarde. Hij klauterde naar het roer terug en liet de kerels draaien. Op den terugtocht bleven de sloepgasten kalm
Toen de meiden en het vaarvolk op den Zeedijk weerkeerden, was Corry kanon. Ze lalde, vloekte en zoende. Ze zong een lotelingsliedje. Ze zwaaide en ze wou niet van haar stuurmannetje af. De verhitting verfde haar wangen rood-paars. Den zeeman noemde ze den heelen tijd haar Kareltje, Kareltjelief. Matje en al de andere meiden begrepen op één slag héél haar liefde-geheim.
Toen Piet de Stallesgast Corry zoo verlekkerd zag op den zeevaarder en haar stomdronken gelal hoorde, gnuifde hij naar de meiden:
— Bestig, nou hep 't niesse 'n fijne vin deur d'r test!
Kanon: dronken. — Vin deur d'r test: barst door haar hoofd.