399
iedere kroeg en bij iederen danshuisbaas. Vandaag moést en zoü ze eronder.
Hun kerels hadden het met de meiden afgesproken en zij, het beloofd met een wrok-schittering in de oogen. Dat zwabbertje van een niesse, als maagd del, als del maagd, had het gewaagd oude rotten spottend de les te lezen,... het opgezwollen zweltje ging slingerend naar de diepte. Als dat eenmaal met haar gebeurd was, zou ze williger zijn, zou ze haar tartenden trots kwijt raken en nederig tusschen hen in verschud gaan als een betrapte dievegge.
Corry, in de sloep hoorde vaag dat de meiden, matrozen en stuurman al vier dagen vast aan het lijntje hadden, zonder hun kerels er op te hebben afgestuurd. Toch,... ze verstond alles in den drankdoezel; alles half, dubbel, of ze dacht dat het stel boert sloeg en snoefde. Maar de meiden loerden op Corry, die, eenmaal dronken meegevoerd en door de zeelui ״afgestempeld", in den roof op de Jantjes moest betrokken worden. Werd het ontdekt, dan ook dat wicht voor de prinsemerei en voor goed haar naam aangerand.
Corry, onbezonnen, raakte al meer van de kook. Het koelzonnige weer, de zorgelooze vroolijkheid der varensgezellen, het smeekend-verliefd kijken van den knappen stuurman, die zoo slank en zoo lekker in zijn uniformjasje zat en zijn mooien bruinen toet aldoor op haar oogen deed koersen,... het bracht haar wonderlijk van streek. Ze werd zelfs verliefd op zijn gebloemd vestje, dat zoo fijntjes boven zijn kraag uitstak. Hij begon, terwijl hij het roer had afgegeven, en naast Corry was komen zitten, zangerig te fluisteren en zelfs een beetje beter Duitsch te brabbelen. Corry „poekelde" Hollandsch met een verdraaid snoetje terug. En toen deed hij net alsof hij alles verstond en zij deed precies zoo, wanneer hij sprak.
Zweltje: branielurk. — In verschud gaan: worden gearresteerd.