240
verplicht haar schoonzus van haar eigen armoe te geven. Haar kruidenierszaak] e in de Willemstraat was Neel uitgewerkt, maar Stijn zwoegde nogal fortuinlijk in de visch. En nu bracht ze telkens kleinigheidjes voor Nel's gebreklijdend gezin. Met zuster Dien sprak Neel niet en zoodra deze haar zag binnenstappen, streek ze nerveus de klamme en bibberende handen over de platte borst, sprong van den stoel, begon vlak langs de muren heen en weer te loopen en heel valsch te zingen. Neel Burk grinnikte om het gekke mormel en lachte spottend naar Nel:
—. Me sus mot 'n stooter sangsaad koope,... krijg se stem!
Toen snel, lei ze twee mikjes en wat zakjes grutterij op de tafel en ging onder een lachenden groet de trap af. Toen kon Dien haar nerveus langs de wanden schuiven staken en haar zang stop zetten.
Dien leefde al maanden in een heel vreemde ontroering en vervoering, waarvan nog niemand om haar heen het rechte wist. Zij zélve eigenlijk ook niet, vooral hoe het in haar gegroeid kwam. Als een groote compagnie soldaten, met muziek voorop, door de stad heenmarcheerde, de trompetten zongen in de zon, dan kreeg ze kippenvel. En als dan plots de muziek zweeg en ze hoorde alleen in de stilte na het krijgshaftig fanfare-getoeter, het rhythmische gestap der mannen, dan kreeg ze bij het kippenvel nog koude rillingen over heel haar wezen. In dién toestand leefde ze nu. Tusschen kippenvel en koude rillingen. Want ze was in het verborgene, heel, heêl hevig, onuitsprekelijk-érg verliefd op den... Prins. Deze Doorluchtigheid was zoetjesaan het eenige levende en men-schelijke voorwerp geworden, waarvoor Dien nog voelde. Ze had wel meer dan honderd portretten van den Prins in een oud-opgeplakt album bijéén gezameld en ze koesterde dezen schat als een bes een kerkboek. Ze had het met aller-eerbiedigste huiveringen verstopt tusschen haar